Maatschappelijke Noodzaak, het VK als gemandateerde voorziening

Met de hervormingen van de Integrale Jeugdhulpverlening komt er nog een andere opdracht voor de vertrouwenscentra bij: ze kregen van de overheid het mandaat om onderzoek te doen naar wat voortaan ‘maatschappelijke noodzaak’ genoemd wordt.

In wezen komt het er op neer dat de centra binnen deze procedure zullen onderzoeken of het noodzakelijk is dat er voor de aangemelde gezinnen (bijkomende) aanklampende hulp geïnstalleerd wordt, ook al blijken ouders of opvoedingsverantwoordelijken hier niet toe bereid.

Binnen de vertrouwenscentra is deze procedure er in eerste instantie voor hulpverleners die menen dat minderjarigen in onveiligheid verkeren op lichamelijk, psychisch en/of seksueel vlak, m.a.w. slachtoffer zijn van kindermishandeling en ouders deze bezorgdheid onvoldoende ernstig nemen.

De aanmelding is gebaseerd op een teambeslissing en de cliënten moeten op de hoogte zijn van deze aanmelding. De “procedure maatschappelijke noodzaak” moet ook aan een aantal vormelijke vereisten voldoen, zoals de aanmelding via een “M-document”, de duur (65 werkdagen), enz... Dit is een vrij dwingende procedure die het VK het mandaat geeft, om bij gebrek aan medewerking of bij gebrek aan akkoord rond de voorgestelde hulpverlening, deze situatie aan te melden bij het parket.

Voor de vertrouwenscentra blijft de ingangspoort kindermishandeling, daarnaast zijn er de Ondersteuningscentra Jeugdzorg (OCJ) die een gelijkaardige taak hebben ten aanzien van problematische leefsituaties. Het is in eerste instantie aan de hulpverlener zelf om uit te maken of hij zich tot het VK richt omwille van kindermishandeling of naar het OCJ omwille van de problematische leefsituatie.